Minister Carola Schouten doorstaat eerste vuurproef in Brussel

Reactie van Nederlandse NGOs op uitkomst visserijonderhandelingen voor 2018: goed beheer van commerciële soorten moet ook gaan gelden voor kwetsbare bijvangst soorten

De EU Raad van Landbouw en Visserij ministers heeft woensdagochtend in alle vroegte, na onderhandelingen die de hele nacht duurden, de vangstquota voor de voor de visserij in Noordzee en Noord Atlantische oceaan voor 2018 vastgesteld. Voor Nederland lag de focus tijdens de onderhandelingen op belangrijke soorten zoals tarbot, tong en paling. De Nederlandse NGOs zien dat er vooruitgang is geboekt; de lijst van duurzaam geoogste vissen wordt uitgebreid. Maar er moet ook geconstateerd worden dat nog niet voldaan is aan de wettelijke verplichting om uiterlijk 2020 alle bestanden op duurzaam niveau te bevissen. De NGOs hadden graag gezien dat het succesvolle beheer op de commerciële visbestanden doorgetrokken was naar de kwetsbaardere bijvangstsoorten en dat er voorzichtiger omgegaan was met bestanden waar onzekerheden over bestaan.

Een voorbeeld van zo’n kwetsbare bijvangstsoort is tarbot. Voor schol is gekozen voor een lagere reductie dan geadviseerd door de wetenschap, omdat te grote schommelingen slecht zouden zijn voor stabiliteit in de visserijsector. Het zou mooi geweest zijn als de minister ten opzichte van tarbot en griet eenzelfde logica had gevolgd. Stabiliteit in de visserij is belangrijk en uitschieters omhoog en omlaag leiden niet tot een lange termijn duurzame situatie. Maar de vangstmogelijkheden voor tarbot en griet zijn wél met 44% opgehoogd. “Het is goed nieuws dat uit een nieuwe wetenschappelijke analyse blijkt dat er meer tarbot lijkt te zijn dan eerder gedacht” aldus Irene Kingma, van de Nederlandse Elasmobranchen Vereniging “het zou echter mooi geweest zijn als de minister terughoudend zou zijn geweest met het verhogen van de vangsten.” Tarbotvangsten zijn gekoppeld aan griet en deze gecombineerde vangsten zijn nog niet goed begrepen; de wetenschap geeft aan dat het gecombineerd quotum goed beheer van deze bestanden in de weg staat. Ook soorten die voor Nederland een lage economische waarde hebben zoals witje en wijting zullen volgend jaar ook nog overbevist kunnen worden.

Voor de populaties van zeebaars en paling adviseren wetenschappers al meerdere jaren op rij een nul-vangst. Beide soorten zijn op een niveau waarbij de toekomst van het bestand onzeker is en drastische herstelmaatregelen nodig zijn om weer terug te komen op een gezond niveau. Voor zeebaars is progressie geboekt, maar we zijn er daarmee nog niet. Voor de demersale visserij, waar de zeebaars wordt bijgevangen en die tevens het grootste aandeel heeft in de vangsten, is een stap gemaakt om vangstlimieten te beperken. Ook gaan er strengere vangstlimieten gelden voor de recreatieve en beroepsmatige handlijnvisserij. “Er wordt een eerste belangrijke stap gemaakt om de zeebaars weer op het pad van herstel te brengen, maar gezien de urgentie zijn deze maatregelen onvoldoende. Het is nu van belang om wat op papier staat ook in de praktijk te implementeren met effectieve monitoring en controle”, aldus Frederieke Vlek, van Our Fish Nederland. De uitkomsten voor paling zijn minder hoopgevend. Er is gekozen om niet mee te gaan met het Commissievoorstel van een totaalverbod op palingvisserij in de kustwateren. In plaats daarvan wordt de visserij tijdelijk verboden tijdens een nader in te vullen periode van september tot februari. Om de paling effectief te beschermen is het van essentieel belang dat de sluitingsperiode voor alle lidstaten vastgesteld wordt in lijn met de meest kwetsbare levensfase, en daarvoor is deze maatregel niet specifiek genoeg.

© Copyright 2017 - Nederlandse Elasmobranchen Vereniging